Hulpwetenschappen

Soms doen genealogen ook beroep op de kennis uit verwante  wetenschappen: 

Heraldiek is de studie van wapenschilden, hun oorsprong, ontwikkeling en betekenis, ook het ontwerpen van nieuwe wapenschilden, hun beschrijving (de blazoenering) en grafische voorstelling.

Wapenschilden, waren oorspronkelijk persoonlijke symbolen, maar werden al vrij vlug, binnen de familie, erfelijk langs de mannelijke afstamming, eerst in adellijke families, maar later ook bij de geslachten der patriciër.

Zegelkunde (sigillografie) is de studie van de zegels, met of zonder wapenschild in het zegelveld.
Zegels zijn de belangrijkste bron voor het vinden van oude voorstellingen van een wapenschild.

Voor België is het belangrijkste referentiewerk betreffende zegels het werk van: J. Th. DE RAADT, Sceaux armoriés des Pays-Bas et des pays avoisinants, Belgique, Luxembourg, Pays-Bas, Allemagne, France. Recueil historique et héraldique. [Brussel, 1898-1901, 4 volumes] Voor zegels van steden, gemeenten, enz.  de GHELLINCK VAERNEWYCK, Sceaux et armoiries des villes, communes, échevinages, châtellenies, métiers et seigneuries de la Flandre ancienne et moderne. [Paris-Bruges, 1938]

Tijdrekenkunde (chronologie) is de studie van de kalendersystemen en de omzetting van datums uitgedrukt in verschillende systemen, zowel als de studie van lijsten van regeerperioden van koningen, pausen, bisschoppen enz. In oude documenten worden datums dikwijls gegeven ten opzichte van de begindatum van de regeerperiode van een koning of paus.  Genealogen dienen vooral te onthouden dat in België (toen genoemd de Zuidelijke Nederlanden) de vernieuwing van de oude Juliaanse naar de nieuwe Gregoriaanse kalender plaatsgreep in 1582 (de laatste 10 dagen, 22 tot/met 31 dec. 1582, werden dan overgeslagen). Het gebruik van de Nieuwjaarsstijl (de 1e dag van het jaar is 1 januari) in plaats van de Paasstijl (jaarcijfer pas wisselen met Pasen) was al eerder ingevoerd bij decreet in 1575.

Naamkunde (onomastiek) is de studie van de betekenis van persoonsnamen, zowel voornamen (doopnamen) als achternamen (familienamen).

Genealogie is een sleuteldomein voor het vinden van de oudste vormen van een familienaam en van daaruit zijn ware betekenis. In België ontstond in de steden rond 1250-1300 het gebruik van erfelijke familienamen. In Oost- en West-Vlaanderen voltrok dit proces zich in de jaren 1300. In andere delen van België kwam het gebruik van erfelijke familienamen pas veel later. Voor het terugvinden van de betekenis van een naam, zijn er twee belangrijke referentiewerken, dit van: F. DEBRABANDERE, Woordenboek der familienamen in België en Noord-Frankrijk [Brussel, 1993, 2 vol., 2de editie, 2004] en dit van J. HERBILLON, J. GERMAIN, Dictionnaire des noms de famille en Belgique Romane et dans les régions limitrophes [Flandre, France du Nord, Luxembourg] [Bruxelles, 1996, 2 vol.]

- Klik:  Vlaamse vleivormen van voornamen 

Onder woordenboeken vindt u ook: Woordenboek voor de familievorser, en Latijnse vormen van stadsnamen.

Paleografie is de studie van oude handschriften. In Europa waren, sinds de middeleeuwen, twee hoofdtypes van handschrift in gebruik: het oude Gotisch cursief en het meer moderne Humanistisch cursief. Dit laatste type was ontwikkeld in Italië tijdens de Renaissance. Het verving geleidelijk in heel Europa het oude Gotisch. De overgang van het oude naar het nieuwe handschrift gebeurde in België rond 1750. Voor hulp bij het ontcijferen van oud handschrift kan men gebruik maken van het werk: C. DEKKER, R. BAETENS, S. MAARSCHALKERWEERD-DECHAMPS, Album Paleographicum XVII Provinciarium. Paleografisch album - album paleographique [Turnhout, 1992]